ECLI:NL:GHSHE:1999:AA9154
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A. Meijer
- M.E. van Hilten
- J.W. Verstraate
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag omzetbelasting wegens vestigingsplaats en vaste inrichting
Belanghebbende, een in Nederland gevestigde onderneming, voerde diensten uit op het gebied van reclame aan A, een vennootschap statutair gevestigd in Liechtenstein. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op, welke na bezwaar en beroep deels werd verminderd. Na cassatie door belanghebbende werd de zaak verwezen naar het Hof te 's-Hertogenbosch.
Het geschil spitst zich toe op de vraag of A in de periode van mei 1991 tot en met december 1992 in Nederland was gevestigd of daar een vaste inrichting had waarvoor belanghebbende haar diensten verrichtte. Belanghebbende stelde dat de feitelijke leiding van A in Liechtenstein was en dat A aldaar geen vaste inrichting had. Het Hof nam het oordeel van het Gerechtshof Arnhem over dat A in die periode feitelijk niet in Liechtenstein was gevestigd en aldaar slechts als brievenbusmaatschappij fungeerde.
Belanghebbende kon niet aannemelijk maken, noch met boeken en bescheiden aantonen, dat de zetel van de bedrijfsuitoefening van A niet in Nederland was gelegen of dat A geen vaste inrichting in Nederland had. De enkele omstandigheid dat A niet over personeel of kantoorruimte in Nederland beschikte, was onvoldoende. Het Hof oordeelde dat de naheffingsaanslag verminderd moest worden tot fl. 21, zoals eerder door het Gerechtshof Arnhem was vastgesteld.
Proceskosten werden niet aan de Inspecteur toegekend omdat geen bijzondere omstandigheden waren gesteld. Het Hof vernietigde de bestreden uitspraak en bepaalde de naheffingsaanslag definitief op fl. 21.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting wordt verminderd tot fl. 21 wegens onvoldoende bewijs dat A niet in Nederland was gevestigd of daar een vaste inrichting had.