ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ8581
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Mink
- Husson
- Ibili
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie: draagkrachtvergelijking en vaststelling bijdrage
In deze zaak stond de vaststelling van de kinderalimentatie centraal na echtscheiding. De vrouw kwam in hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam waarin zij werd verplicht €253,25 per maand te betalen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige.
Het hof beoordeelde de draagkracht van beide ouders opnieuw. De vrouw stelde dat haar verdiencapaciteit lager was dan de rechtbank had aangenomen en dat haar lasten, zoals huur en herinrichtingskosten, hoger waren. Het hof concludeerde dat de vrouw haar resterende verdiencapaciteit niet kon benutten en hield rekening met haar huidige inkomen en gedeelde huurkosten. Ook werden de herinrichtingskosten erkend, maar niet de kosten voor meubilering. De man stelde dat zijn inkomen en vermogen correct waren ingeschat, wat het hof bevestigde.
Uiteindelijk bepaalde het hof dat de vrouw een draagkracht had van €90 per maand en de man van €272 per maand. Dit leidde tot een lagere bijdrage van de vrouw dan eerder vastgesteld. Het hof wees verzoeken tot matiging van alimentatie wegens vermeend grievend gedrag af en veroordeelde de vrouw niet in de proceskosten.
Uitkomst: De bijdrage van de vrouw in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige is vastgesteld op €90 per maand met ingang van 9 mei 2012.