ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ8323
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van den Wildenberg
- Mink
- Van der Linden
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging erkenning en omgangsregeling minderjarige ondanks bezwaar moeder
In deze zaak staat de erkenning van een minderjarige door de vader en de vaststelling van een omgangsregeling centraal. De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam die vervangende toestemming gaf voor erkenning en een voorlopige omgangsregeling vaststelde.
De rechtbank had de belangen van de moeder, de vader en de minderjarige zorgvuldig afgewogen en een professioneel onderzoek door de raad voor de kinderbescherming laten verrichten. De moeder voerde aan dat het onderzoek niet deugdelijk was en dat haar en de minderjarige hun belangen parallel liepen, waardoor de omgangsregeling en erkenning niet zonder nadere motivering vastgesteld mochten worden.
Het hof oordeelt dat de rechtbank op goede gronden heeft beslist en dat in hoger beroep geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn gebleken die tot een ander oordeel leiden. De klacht van de moeder over het raadsonderzoek leidt niet tot wijziging van het advies. De omgangsregeling dient te worden nageleefd, waarbij de moeder haar medewerking moet verlenen. De proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking tot vervangende toestemming voor erkenning en de omgangsregeling, ondanks bezwaar van de moeder.