ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ7086
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- van Kempen
- van Nievelt
- Punselie
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ondertoezichtstelling minderjarigen wegens onvoldoende grondslag afgewezen
In deze zaak stond het hoger beroep centraal tegen de beschikking van de kinderrechter die een ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen had bevolen. De moeder betwistte de gronden voor deze maatregel, stellende dat de vermoedens omtrent de kinderen niet op feiten waren gebaseerd en dat vrijwillige hulpverlening afdoende was.
De raad voor de kinderbescherming voerde aan dat de complexe opvoedingssituatie, het falen van eerdere hulpverlening en politiecontacten van de oudere broer van de minderjarigen een ondertoezichtstelling noodzakelijk maakten. De rechtbank had de zaak aangehouden voor nader onderzoek en coördinatie van hulpverlening.
Het hof concludeerde echter dat er onvoldoende concrete feiten en omstandigheden waren die een ernstige bedreiging van de zedelijke of geestelijke belangen of gezondheid van de minderjarigen aannemelijk maakten. De politiecontacten van een oudere broer en beperkte concentratieproblemen bij een van de kinderen waren onvoldoende om de maatregel te rechtvaardigen.
Daarom vernietigde het hof de beschikking en wees het verzoek tot ondertoezichtstelling af, waarmee het beroep van de moeder werd toegewezen. De WSS was niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd, waardoor de verklaring van de moeder als onbeantwoord werd aangenomen.
Uitkomst: Het hof vernietigt de ondertoezichtstelling en wijst het verzoek tot ondertoezichtstelling af wegens onvoldoende grondslag.