ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ6634
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- Stollenwerck
- Van Veen
- Rechtspraak.nl
Afwikkeling huwelijkse voorwaarden, verdeling gemeenschap en pensioenverevening na echtscheiding
In deze zaak staat de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden centraal, met name de verdeling van de beperkte gemeenschap van goederen, de voormalige echtelijke woning, inboedel en pensioenrechten tussen partijen na hun echtscheiding.
De man betwist dat de door de vrouw betaalde gelden een lening aan hem privé betreft en stelt dat dit een zakelijke lening aan zijn onderneming was. Het hof oordeelt dat de lening aan de man privé is verstrekt, gelet op de overeenkomst en de boekhoudkundige feiten. De man moet het bedrag van € 62.177,- inclusief rente terugbetalen zodra hij daartoe in staat is of na verkoop van de woning.
Verder is in geschil of de vrouw een gebruiksvergoeding aan de man moet betalen voor het gebruik van de voormalige echtelijke woning. Het hof acht dit niet redelijk gezien de geringe overwaarde en het feit dat de man een redelijk bod op de woning heeft afgewezen. Wel moet de man voor de helft bijdragen in de hypothecaire lasten en de OZB.
De man vordert ook een verdeling van de belastingaanslagen over de huwelijkse periode, maar het hof bevestigt dat deze voor rekening komen van degene op wiens naam ze zijn gesteld, conform de huwelijkse voorwaarden. De verdeling van de inboedel volgt de overeenkomst waarbij de gehele inboedel aan de vrouw toekomt. Ten slotte wijst het hof het verzoek van de vrouw af om pensioenverevening uit te sluiten, omdat geen geldige afspraken zijn gemaakt en de wet van toepassing is.
De proceskosten worden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De man moet bijdragen in de hypothecaire lasten en de geldlening aan de vrouw voldoen; overige verzoeken worden afgewezen.