ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ6310
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- H.P.Ch. van Dijk
- Husson
- Van der Burght
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake vaststelling kinderalimentatie en eenmalige uitkering
In deze zaak stond de vaststelling van kinderalimentatie voor een minderjarige centraal. De man was in eerste aanleg veroordeeld tot een maandelijkse bijdrage van €294,- en een eenmalige uitkering van €1.250,- aan de vrouw. In hoger beroep betwistte de man zowel de hoogte van de alimentatie als de eenmalige betaling.
Het hof stelde vast dat de vrouw onvoldoende had aangetoond dat de man ten tijde van de geboorte een inkomen van €1.900,- netto per maand had. Uit de overgelegde gegevens bleek een lager inkomen van ongeveer €1.172,- netto per maand. Gezien het feit dat de samenleving al was verbroken vóór de geboorte van het kind, bepaalde het hof de behoefte van de minderjarige op €210,- per maand.
De man gaf aan geen draagkracht te hebben om alimentatie te betalen, mede vanwege zijn thuissituatie en lage inkomen. Het hof achtte het redelijk om uit te gaan van het door de man overgelegde inkomen, dat onder de bijstandsnorm lag, en concludeerde dat de man geen draagkracht had voor een bijdrage. Ook de eenmalige uitkering werd door het hof vernietigd omdat de wet geen voorziening kent voor een eenmalige betaling van kinderalimentatie.
De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het hof bepaalde dat de vrouw een eventueel teveel ontvangen alimentatie niet hoeft terug te betalen.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking en wijst het verzoek tot kinderalimentatie af wegens gebrek aan draagkracht van de man; tevens wordt de eenmalige uitkering vernietigd.