ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ6256
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van de Poll
- Van den Wildenberg
- Willems
- Rechtspraak.nl
Vervangende toestemming erkenning en ontzegging omgangsrecht bij betwist vaderschap
In deze zaak staat de vervangende toestemming tot erkenning van een minderjarige door de man centraal, waarbij de moeder het vaderschap betwist en weigert mee te werken aan DNA-onderzoek. De rechtbank had eerder de man als verwekker aangemerkt vanwege de weigering van de moeder en de vervangende toestemming verleend. Het hof bevestigt dat het belang van de man en het kind om het vaderschap vast te stellen zwaarder weegt dan de bezwaren van de moeder.
De moeder voert onder meer godsdienstige bezwaren aan tegen het DNA-onderzoek en betwist het vaderschap op basis van haar verklaringen over de relatie met de man. Het hof oordeelt dat de geringe inbreuk van het DNA-onderzoek niet opweegt tegen het belang van het kind om zijn afstamming te kennen, verwijzend naar artikel 7 IVRK Pro. De man heeft bovendien een rechtens te respecteren belang bij vaststelling van het vaderschap.
Ten aanzien van de omgangsregeling oordeelt het hof dat voortzetting van het omgangstraject niet in het belang van de minderjarige is, mede omdat de man zelf geen omgang wenst zolang de moeder zich verzet. Daarom vernietigt het hof het eerdere omgangsbesluit en ontzegt de man het recht op omgang. De proceskosten worden in hoger beroep gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vervangende toestemming tot erkenning wordt bekrachtigd en het recht op omgang van de man met de minderjarige wordt ontzegd.