ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ6036
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- van Nievelt
- Van Leuven
- Van der Linden
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over hoofdverblijf en kinderalimentatie in gezagszaak na scheiding
In deze civiele zaak staat het hoger beroep centraal tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam waarin verzoeken van de vader tot wijziging van het hoofdverblijf van de minderjarigen en kinderalimentatie zijn afgewezen. De moeder en vader oefenen gezamenlijk het gezag uit, maar de communicatie verloopt moeizaam. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert afwijzing van het verzoek tot wijziging van het hoofdverblijf vanwege het belang van continuïteit en het prille hulpverleningstraject bij de moeder.
De vader betoogt dat het belang van de minderjarigen zwaarder moet wegen dan dat van de moeder en dat de kinderen bij hem willen wonen. De moeder stelt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld en benadrukt het belang van deskundige beoordeling en het positieve effect van de hulpverlening.
Het hof constateert dat de ouders niet goed communiceren, maar dat zij bereid zijn dit via mediation te verbeteren. Het hof stelt een proefcontactregeling vast waarbij de minderjarigen regelmatig bij de vader verblijven, wat tegemoetkomt aan hun wens. De behandeling wordt aangehouden tot 29 december 2012 om de voortgang van mediation en proefregeling af te wachten.
Uitkomst: De behandeling is aangehouden tot 29 december 2012 in afwachting van mediation en een proefcontactregeling.