ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ5984
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A.D. Kiers-Becking
- M.J. van der Ven
- A.G. Scheele Mülder
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over kwalificatie arbeidsrelatie tussen zzp'er en opdrachtgever
Appellant, werkzaam als lasser, vorderde een verklaring dat zijn arbeidsrelatie met Mercon een arbeidsovereenkomst was, met betaling van vakantiegeld, loon over niet genoten vakantie, schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag en wettelijke rente. De rechtbank wees deze vorderingen af omdat de relatie als een overeenkomst van opdracht werd beschouwd.
In hoger beroep betoogde appellant dat de feitelijke uitvoering van de werkzaamheden duidde op een arbeidsovereenkomst. Het hof oordeelde echter dat appellant zich als zelfstandige had opgesteld, onder meer door het hanteren van een hoger uurtarief, het ontbreken van gezagsverhouding, het aanvragen van een VAR-wuo en het verrichten van werkzaamheden voor meerdere opdrachtgevers.
Het hof verwierp de grieven van appellant en bekrachtigde het vonnis van de rechtbank. Tevens werd appellant veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Het arrest werd uitgesproken op 16 oktober 2012 door het hof 's-Gravenhage.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de arbeidsrelatie een overeenkomst van opdracht is en wijst de vorderingen van appellant af.