ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ5982
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid en procedure bij geschil over advocatendeclaraties en bijzondere begrotingsprocedure
In deze civiele zaak staat een incasso van advocatendeclaraties centraal. [Appellant] vordert betaling van het restant van declaraties die door twee advocaten namens hem aan [geïntimeerde] zijn verstuurd. [Geïntimeerde] betwist de hoogte van de declaraties en voert tevens aan dat [appellant] tekort is geschoten in zijn zorgplicht met betrekking tot gefinancierde rechtshulp. De kantonrechter verklaarde zich onbevoegd vanwege het toepasselijke bijzondere begrotingsprocedure uit de Wet tarieven in burgerlijke zaken (Wtbz).
Het hof bevestigt dat de artikelen 32-40 Wtbz alleen van toepassing zijn op geschillen over de hoogte van declaraties en niet op andere verweren zoals het niet aanvragen van gefinancierde rechtshulp of het bestaan van een betalingsregeling. Het hof oordeelt dat de gewone rechter bevoegd blijft over deze andere verweren. De onbevoegdverklaring van de kantonrechter wordt daarom deels vernietigd en de zaak wordt voor die onderdelen terugverwezen naar de rechtbank.
De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij partijen ieder hun eigen kosten dragen. De overige delen van het vonnis van de kantonrechter worden bekrachtigd. Het hof benadrukt dat de bijzondere procedure strikt moet worden gevolgd bij hoogtegeschillen en dat mediation via de Deken kan worden ingezet bij problemen met dossieroverdracht.
Uitkomst: Het hof vernietigt deels de onbevoegdverklaring en verwijst de zaak voor die onderdelen terug naar de rechtbank, terwijl het overige vonnis wordt bekrachtigd.