ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ2974
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Mink
- Van Leuven
- Van Montfoort
- Rechtspraak.nl
Vaststelling omgangsregeling en verwijzing naar omgangshuis tussen biologische vader en minderjarige
De zaak betreft een verzoek van de biologische vader tot vaststelling van een omgangsregeling met zijn minderjarige kind, na eerdere ontzegging van dit recht door het hof in 2010. De vader is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank die hem niet-ontvankelijk verklaarde in zijn verzoek.
Het hof oordeelt dat de vader ontvankelijk is omdat het verzoek meer dan een jaar na de eerdere ontzegging is ingediend. Het hof constateert dat de omstandigheden sinds het laatste raadsrapport uit 2009 zijn gewijzigd, onder meer doordat de moeder behandeling volgt voor haar angstgevoelens en spanningsklachten. Het hof acht het in het belang van het kind om het contact met de vader te herstellen en verwijst partijen naar het omgangshuis voor begeleide omgang.
De omgangsbegeleiding zal circa een half jaar duren waarna het omgangshuis een rapport en advies zal uitbrengen. Tot die tijd wordt de ontzegging van het omgangsrecht voorlopig opgeheven. Het hof houdt de verdere beslissing aan tot 31 augustus 2013 en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring wordt vernietigd en de ontzegging van het omgangsrecht wordt voorlopig opgeheven met verwijzing naar begeleide omgang in het omgangshuis.