ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ0838
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- H.A.J. Kroon
- P.J.J. Vonk
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- Rechtspraak.nl
Bevestiging premieheffing volksverzekeringen rijnvarende met Nederlands exploitantschap schip
Belanghebbende, een Duitse rijnvarende, was in 2007 werkzaam op een binnenvaartschip dat in de Rijnvaart werd gebruikt en dat tot een Nederlandse onderneming behoort. De Inspecteur legde een aanslag premie volksverzekeringen op, welke belanghebbende betwistte met beroep op een E101-verklaring en het vertrouwensbeginsel.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het Gerechtshof bevestigde deze uitspraak. Het Hof oordeelde dat het Rijnvarendenverdrag van toepassing is en dat de sociale verzekeringsplicht wordt bepaald door de zetel van de onderneming die het schip exploiteert. Uit feiten en stukken bleek dat het schip voor rekening en risico van een Nederlandse onderneming werd geëxploiteerd.
De E101-verklaring, afgegeven op grond van Verordening 1408/71, kon geen betekenis krijgen omdat het Rijnvarendenverdrag voorrang heeft. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat regularisatie voor eerdere jaren geen rechtsgevolg had voor 2007. De verzuimboete wegens het niet doen van aangifte werd eveneens bevestigd.
Het Hof concludeerde dat belanghebbende premieplichtig is in Nederland voor de volksverzekeringen over de periode 1 januari tot 13 november 2007 en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de premieheffing volksverzekeringen en verzuimboete worden bevestigd.