ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ0816
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Stollenwerck
- Labohm
- Ydema
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap en voorwaarden reële executie na echtscheiding
In deze zaak staat de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap tussen partijen centraal na hun echtscheiding op 31 maart 2011. Het geschil betreft onder meer de verdeling van de inboedel, het ondernemingsvermogen, een vordering op de moeder van de vrouw, en de gebruiksvergoeding van de voormalige echtelijke woning.
Het hof vernietigt de eerdere beschikking voor zover deze de inboedel betreft en bepaalt dat partijen deze goederen bij helfte moeten verdelen. De waarde van de voorraad van de onderneming wordt vastgesteld op € 3.000,- en eveneens bij helfte verdeeld. De waarde van de bestelbus Nissan wordt niet vastgesteld; deze dient verkocht te worden en de opbrengst wordt gelijk verdeeld. De vordering op de moeder van de vrouw wordt aan de man toegedeeld met verrekening van de helft aan de vrouw.
Verder wijst het hof het verzoek van de man af om een gebruiksvergoeding te ontvangen voor het alleengebruik van de woning, gezien de reeds in de alimentatieverrekening verwerkte woonlasten. Ook wordt het verzoek tot vergoeding van kosten voor de bestelbus en de latente belastingschuld afgewezen wegens onvoldoende bewijs. De vrouw wordt niet veroordeeld tot afgifte van autosleutels wegens het ontbreken daarvan.
Ten slotte bevestigt het hof de voorwaarden voor reële executie door de man, waaronder het inschakelen van een erkende makelaar voor verkoop en verhuur van de woning, en bekrachtigt het de overige bepalingen van de bestreden beschikking.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking voor de inboedel en bepaalt verdeling bij helfte, stelt de vordering op de moeder vast en bekrachtigt de overige bepalingen.