ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ0507
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging waardebepaling onroerende zaken volgens Wet WOZ in hoger beroep
Belanghebbende was eigenaar van drie onroerende zaken: een woonhuis met winkel, een etagewoning en een agrarische bedrijfsruimte. De gemeente stelde de WOZ-waarden voor het belastingjaar 2010 vast op respectievelijk €550.000, €160.000 en €299.000. Belanghebbende maakte bezwaar en stelde lagere waarden voor, maar dit werd door de inspecteur en rechtbank afgewezen.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat de vastgestelde waarden te hoog waren en verwees naar een lagere waardering, terwijl de inspecteur taxatierapporten overlegde die de vastgestelde waarden ondersteunden. Het hof overwoog dat de bewijslast bij de inspecteur ligt en dat de taxatierapporten met vergelijkingsobjecten en marktgegevens voldoende aannemelijk maken dat de waarden niet te hoog zijn vastgesteld.
Belanghebbende bracht geen toetsbare feiten of een eigen taxatierapport in het geding ter onderbouwing van zijn standpunt. Het hof verwierp het beroep en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens wees het hof proceskostenveroordeling af. De uitspraak is op 12 december 2012 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde WOZ-waarden worden bevestigd.