ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ0497
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag loonbelasting ondanks derdenbeslag en verrekening betalingen
Belanghebbende, een BV die personeel detacheert, kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd over de periode september 2006 tot en met december 2007. De aanslag bedroeg €12.608 met daarnaast €1.485 aan heffingsrente. De kern van het geschil betrof een bedrag van €4.867 dat via derdenbeslag door de Belastingdienst was ontvangen en waarvan belanghebbende stelde dat dit bedrag ten onrechte dubbel werd geheven.
De feiten wezen uit dat belanghebbende in de beginperiode nog geen G-rekening had en facturering via een eerdere onderneming van een derde verliep. Door het derdenbeslag op de vorderingen bij de opdrachtgever werden betalingen die normaal op de G-rekening hadden moeten worden gestort, direct aan de Belastingdienst voldaan en afgeboekt op oude belastingschulden van die derde.
De rechtbank oordeelde dat deze betalingen niet konden worden toegerekend aan de loonheffing van belanghebbende over de betreffende periode, omdat de aflossing van oude schulden van een ander het doel was van het derdenbeslag. Het hof bevestigde dit oordeel en verwierp het beroep van belanghebbende, die ook een beroep op algemene beginselen van behoorlijk bestuur deed. Het hof benadrukte dat de keuze om facturering via de oude onderneming te laten lopen geheel voor risico van belanghebbende was en dat de naheffingsaanslag terecht was vastgesteld.
De uitspraak werd op 12 december 2012 door het hof in Den Haag in het openbaar uitgesproken. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot cassatie bij de Hoge Raad binnen zes weken na verzending van het vonnis.
Uitkomst: Het hof bevestigt de naheffingsaanslag loonbelasting en heffingsrente en wijst het beroep van belanghebbende af.