ECLI:NL:GHSGR:2012:BY6148
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Kempen
- Kamminga
- Van Wijk
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot schorsing onderbewindstelling en mentorschap
De echtgenoot van de rechthebbende is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de kantonrechter waarbij onderbewindstelling en mentorschap zijn ingesteld ten behoeve van de rechthebbende, met benoeming van de dochter als bewindvoerder en mentor. Hij verzocht tevens om schorsing van deze beschikking vanwege een verstoorde relatie en twijfels over de bekwaamheid van de dochter.
Het hof overweegt dat de onderbewindstelling en het mentorschap direct in werking treden na de beschikking, zonder dat kracht van gewijsde vereist is. Een schorsing van de beschikking zou betekenen dat de rechthebbende niet langer onder bewind of mentorschap staat, hetgeen niet strookt met de bedoeling van de wetgever. Daarom verklaart het hof het verzoek tot schorsing niet-ontvankelijk.
Daarnaast is het verzoek onvoldoende onderbouwd en is niet gebleken van juridische of feitelijke misslagen in de beschikking. De proceskosten worden gecompenseerd, het verzoek tot kostenveroordeling wordt afgewezen. De behandeling van het hoger beroep wordt voortgezet op een later te bepalen datum.
Uitkomst: Verzoek tot schorsing van de onderbewindstelling en het mentorschap is niet-ontvankelijk verklaard en afgewezen.