ECLI:NL:GHSGR:2012:BY5494
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- D. Jalink
- S.A.J. van 't Hul
- M.M. van der Nat
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs ontuchtige handelingen met minderjarige
De verdachte werd beschuldigd van meerdere ontuchtige handelingen met een minderjarige in de periode 1994-1998 op verschillende locaties. De rechtbank veroordeelde hem deels, maar sprak hem vrij voor een deel van de ten laste gelegde feiten.
In hoger beroep heeft het hof het bewijs opnieuw beoordeeld. Het hof constateerde dat het bewijs uitsluitend steunt op de verklaring van het slachtoffer, zonder voldoende steun van andere bewijsmiddelen. De verklaring van de verdachte over een eenmalige seksuele handeling in 1999 werd door de rechtbank ten onrechte gebruikt als steun voor feiten die eerder zouden hebben plaatsgevonden.
Het hof oordeelde dat hierdoor niet voldaan is aan het bewijsminimum van artikel 342, tweede lid, Sv. Daarom vernietigde het vonnis voor zover het hof bevoegd was en sprak de verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten. Het arrest werd uitgesproken op 5 december 2012.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor ontuchtige handelingen met minderjarige.