ECLI:NL:GHSGR:2012:BY5017
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Stille
- Kamminga
- Stollenwerck
- Rechtspraak.nl
Verdeling van de huwelijksgemeenschap na echtscheiding met discussie over verknochtheid van schulden en waarde woonwagen
In deze zaak stond de verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap na echtscheiding centraal, met name de vraag of schulden voortvloeiend uit strafrechtelijke en civielrechtelijke veroordelingen van de man als verknochte schulden konden worden aangemerkt. De vrouw stelde dat deze schulden aan de man verknocht waren en buiten de gemeenschap moesten blijven, of subsidiair dat de gemeenschap hierdoor was benadeeld.
Het hof oordeelde dat deze schulden niet als verknochte schulden konden worden beschouwd en derhalve tot de gemeenschap behoorden. Daarbij werd meegewogen dat de vrouw bekend was met de hennepkwekerij van de man en deze minstens gedoogde, waardoor haar stelling onvoldoende geloofwaardig was. Ook de subsidiaire stelling dat de gemeenschap was benadeeld faalde.
Daarnaast was er een geschil over de waarde van de voormalige echtelijke koopwoonwagen. De man betwistte de taxatiewaarde van €60.000 en stelde een waarde van €7.200 voor. Het hof stelde de waarde in goede justitie vast op €30.000, inclusief de standplaats die de man al 25 jaar huurt en die door de gemeente wordt gedoogd.
Verder wees het hof het verzoek van de man af om de vrouw de gehele motorrijtuigenbelasting te laten betalen wegens onvoldoende onderbouwing. Uiteindelijk vernietigde het hof de bestreden beschikking voor zover het de vaststelling van bedragen betrof en stelde de verdeling van de gemeenschap opnieuw vast, waarbij ieder van partijen de schulden voor de helft draagt. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De verdeling van de huwelijksgemeenschap wordt aangepast waarbij schulden niet als verknocht worden aangemerkt en de woonwagenwaarde op €30.000 wordt vastgesteld.