ECLI:NL:GHSGR:2012:BY4707

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
12 september 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.106.093/01
Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Lückers
  • Husson
  • Kamminga
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 44 RvArt. 805 RvArt. 806 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontvankelijkheid hoger beroep ambtenaar burgerlijke stand inzake geboorteakte

De ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage stelde hoger beroep in tegen een beschikking van de rechtbank die de inschrijving van een buitenlandse geboorteakte en wijziging van voornamen van een minderjarige gelastte. In eerste aanleg was de ambtenaar niet als belanghebbende aangemerkt en had hij geen afschrift van de beschikking ontvangen.

Het hof oordeelde dat de beroepstermijn voor de ambtenaar drie maanden bedroeg vanaf het moment dat hem de beschikking op andere wijze bekend werd, wat volgens de ambtenaar op 29 maart 2012 was. Het hoger beroep, ingesteld op 7 mei 2012, was daarmee tijdig en ontvankelijk.

Daarnaast stelde het hof vast dat de ambtenaar belanghebbende is omdat hij de betrouwbaarheid van de registers van de burgerlijke stand moet bewaken en gerede twijfel bestond over de geboorte- en afstammingsgegevens in de buitenlandse akte. Het hof verklaarde het hoger beroep ontvankelijk en bepaalde dat de zaak op een later moment zal worden voortgezet.

Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van de ambtenaar ontvankelijk en bepaalt dat de zaak zal worden voortgezet.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE
Sector Civiel recht
Uitspraak : 12 september 2012
Zaaknummer : 200.106.093/01
Rekestnummer rechtbank : FA RK 11-9423
de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage,
zetelend te ’s-Gravenhage,
verzoeker in hoger beroep,
vertegenwoordigd door de heer P.J. Janssens,
hierna te noemen: de ambtenaar,
tegen
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
verweerster in hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. J.J. Boelaars te Rotterdam.
Op grond van het bepaalde in artikel 44 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
het Ressortsparket van het openbaar ministerie in het arrondissement ’s-Gravenhage,
hierna te noemen: het openbaar ministerie.
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
De ambtenaar is op 7 mei 2012 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 30 januari 2012 van de rechtbank ’s-Gravenhage.
Het openbaar ministerie heeft op 3 juli 2012 een verweerschrift ingediend.
Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:
van de zijde van de ambtenaar:
- op 27 april 2012 een faxbericht van diezelfde datum met bijlagen;
- op 11 juni 2012 een brief van 7 juni 2012 met bijlagen.
Op 16 augustus 2012 is de ontvankelijkheid van het verzoek in hoger beroep mondeling behandeld. Partijen zijn, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN
Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.
Bij die beschikking is de inschrijving gelast in het register van geboorten van de gemeente ’s Gravenhage van de geboorteakte van [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats], [geboorteland] (verder: de minderjarige), afgegeven door de ambtenaar van de burgerlijke stand te [geboorteplaats minderjarige], [geboorteland minderjarige], op 29 maart 2011. Voorts is de wijziging van de voornamen van de minderjarige gelast in die zin, dat de voornamen zullen luiden “[voornaam 1] [voornaam 2]”.
Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen.
DE ONTVANKELIJKHEID VAN HET HOGER BEROEP
Beroepstermijn
1. De ambtenaar heeft niet eerder dan op 7 mei 2012 hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van 30 januari 2012. Nu de ambtenaar in eerste aanleg niet als belanghebbende is aangemerkt en hem geen afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, geldt voor hem – mede gelet op hetgeen hierna wordt overwogen - een beroepstermijn van drie maanden nadat de beschikking hem op andere wijze bekend is geworden (artikel 806, eerste lid onder b, in samenhang met artikel 805 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)). Aangezien de ambtenaar onweersproken en met stukken onderbouwd heeft gesteld niet eerder dan op 29 maart 2012 bekend te zijn geworden met de bestreden beschikking, liep de beroepstermijn voor de ambtenaar af op 29 juni 2012. Nu het hoger beroep voor die datum is ingesteld, is de ambtenaar in zoverre ontvankelijk in zijn hoger beroep.
Belang bij het hoger beroep
2. Voorts is de vraag aan de orde of de ambtenaar als belanghebbende kan worden aangemerkt, dat wil zeggen kan worden beschouwd als een persoon op wiens rechten of verplichtingen de onderhavige zaak rechtstreeks betrekking heeft.
3. De ambtenaar heeft onweersproken gesteld dat hij, gezien zijn plicht de betrouwbaarheid te bewaken van de in de registers van de Nederlandse burgerlijke stand opgenomen gegevens, belang heeft bij het hoger beroep, nu gerede twijfel bestaat aan de in de [geboorteland minderjarige] akte opgenomen geboorte- en afstammingsgegevens van de minderjarige. Indien de ambtenaar gevolg zou geven aan de in de bestreden beschikking gegeven last tot inschrijving van de geboorteakte, zou de betrouwbaarheid van de in de Nederlandse geboorteregisters van de burgerlijke stand opgenomen gegevens niet meer kunnen worden gegarandeerd, zo stelt de ambtenaar.
4. Het hof is op grond van de overgelegde stukken met de ambtenaar van mening dat onderhavige zaak rechtstreeks betrekking heeft op zijn rechten en verplichtingen. Het hof zal de ambtenaar derhalve aanmerken als belanghebbende en hem in zijn hoger beroep ontvangen.
5. Dit leidt tot de volgende beslissing.
BESLISSING OP HET HOGER BEROEP
Het hof:
verklaart de ambtenaar ontvankelijk in zijn hoger beroep;
bepaalt dat de behandeling van de zaak zal worden voortgezet op een door het hof nader te bepalen datum.
Deze beschikking is gegeven door mrs. Lückers, Husson en Kamminga, bijgestaan door Hogendoorn als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 september 2012.