ECLI:NL:GHSGR:2012:BY3199
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Mink
- Van den Wildenberg
- Fockema Andreae-Hartsuiker
- Rechtspraak.nl
Gezag aan moeder toegekend en omgang ontzegd wegens zwaarwegende belangen minderjarigen
In deze zaak stond de vraag centraal of het gezamenlijk gezag over de minderjarigen gehandhaafd kon blijven of dat het gezag aan de moeder alleen moest worden toegekend. De raad voor de kinderbescherming voerde een uitgebreid onderzoek uit, inclusief een forensisch psychologisch onderzoek, waaruit bleek dat de communicatie tussen de ouders ernstig verstoord is en dat omgang met de vader nadelige gevolgen zou hebben voor de ontwikkeling van de kinderen.
De vader betwistte de conclusies van de raad en stelde dat zijn frustratie voortkomt uit het feit dat hij zijn kinderen al zes jaar niet heeft gezien. Hij gaf aan bereid te zijn aan zichzelf te werken en deel te nemen aan mediation, mits de moeder dit ook zou doen. Het hof oordeelde echter dat de vader onvoldoende inzicht heeft in zijn eigen problematiek en dat de moeder door stress uit balans raakt bij contact met de vader, wat de kans op conflicten vergroot.
Gezien het belang van de minderjarigen en de onwaarschijnlijke verbetering van de communicatie tussen ouders, besloot het hof het gezamenlijk gezag te beëindigen en het gezag aan de moeder toe te wijzen. Tevens ontzegde het hof de vader het recht op omgang met de minderjarigen, omdat omgang op dit moment ernstig nadeel zou opleveren voor hun ontwikkeling. Het hof drong er bij beide ouders op aan hulp te zoeken en na een hulpverleningstraject mediation te overwegen.
De beschikking van de rechtbank werd vernietigd voor zover het gezag en de omgang betroffen, en het hof sprak de nieuwe beslissing uit dat de moeder het eenhoofdig gezag krijgt en de vader geen omgangsrecht heeft.
Uitkomst: Het hof draagt het gezag over de minderjarigen aan de moeder toe en ontzegt de vader het recht op omgang vanwege zwaarwegende belangen van de kinderen.