ECLI:NL:GHSGR:2012:BY2678
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Lückers
- Husson
- Kamminga
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van hoger beroep wegens ontbreken deugdelijke gronden en petitum
In deze zaak heeft de man hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank waarin onder meer de echtscheiding tussen partijen werd uitgesproken en regelingen omtrent de hoofdverblijfplaats van minderjarige kinderen, zorgregeling, kinderalimentatie en partneralimentatie werden vastgesteld.
Tijdens de behandeling in hoger beroep bleek dat het beroepschrift van de man niet voldeed aan de wettelijke eisen, omdat het geen duidelijke omschrijving van het verzoek bevatte. Hierdoor was niet duidelijk tegen welke aspecten van de bestreden beschikking het hoger beroep zich richtte. De advocaat van de vrouw stelde dat deze onduidelijkheid de verdediging belemmerde en dat dit tot niet-ontvankelijkheid moest leiden.
Het hof oordeelde dat niet alleen deugdelijke gronden ontbraken, maar ook het petitum, waardoor het hof en de wederpartij niet konden vaststellen waartegen het beroep zich richtte. Dit leidde tot de conclusie dat de man niet-ontvankelijk moest worden verklaard in zijn hoger beroep.
De beslissing werd uitgesproken door het hof 's-Gravenhage op 10 oktober 2012, waarbij de man niet-ontvankelijk werd verklaard in zijn hoger beroep.
Uitkomst: Het gerechtshof verklaart het hoger beroep van de man niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een deugdelijke omschrijving van het verzoek en petitum.