ECLI:NL:GHSGR:2012:BY0581
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- De Haan-Boerdijk
- Husson
- Van Wijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling formele gebreken bij verlenging ondertoezichtstelling minderjarige
De moeder kwam in hoger beroep tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling van haar minderjarige kind door de rechtbank Rotterdam. Zij stelde dat de WSS niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard vanwege het ontbreken van het juiste plan van aanpak bij de mondelinge behandeling en het gebrek aan overleg met de ouders.
Het hof stelde vast dat weliswaar niet het juiste plan van aanpak was ingediend bij het verzoekschrift, maar dat het juiste plan alsnog een dag na de zitting werd overgelegd, voordat de rechtbank uitspraak deed. Hoewel het plan niet integraal met de ouders was besproken, was het in delen wel met hen afgestemd. Het ondertekenen van het plan door de wettelijke vertegenwoordiger is wettelijk niet vereist.
Het hof oordeelde dat het formele verzuim onvoldoende aanleiding gaf om de WSS niet-ontvankelijk te verklaren, mede omdat de ouders zelf medewerking aan het vaststellen van het plan hadden onthouden. Gezien het belang van het kind, zoals neergelegd in artikel 3 lid 1 IVRK Pro, was het niet in het belang van de minderjarige om het verzoek van de WSS af te wijzen. Het beroep van de moeder werd verworpen en de verlenging van de ondertoezichtstelling bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof verwierp het beroep van de moeder en bekrachtigde de verlenging van de ondertoezichtstelling.