ECLI:NL:GHSGR:2012:BY0171
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Leuven
- De Haan-Boerdijk
- Burgerhart
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing minderjarige
De vader is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de kinderrechter waarin de ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing van zijn minderjarige kind in pleegzorg tot 2 september 2012 werd verlengd. Het hof heeft de zaak pro forma behandeld en partijen de gelegenheid gegeven te berichten of zij een inhoudelijk oordeel wensen.
Na diverse proceshandelingen, waaronder het indienen van een verweerschrift door Jeugdzorg en het opstellen van een onderzoeksplan over mogelijke netwerkpleegzorg, heeft het hof partijen geïnformeerd dat het belang bij het hoger beroep zou afnemen na het verstrijken van de termijn van de machtiging. Geen van de partijen heeft hierop gereageerd.
Het hof concludeert dat het belang van de vader bij het hoger beroep is komen te vervallen doordat de geldigheidstermijn van de machtiging is verstreken en dat er geen verzoek is gedaan om een inhoudelijke uitspraak. Daarom verklaart het hof de vader niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep en doet geen inhoudelijke uitspraak over de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van de vader niet-ontvankelijk wegens het verstrijken van de geldigheidstermijn en het ontbreken van een verzoek om inhoudelijke uitspraak.