ECLI:NL:GHSGR:2012:BX7935
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- Van Dijk
- Stollenwerck
- Rechtspraak.nl
Ouderbijdrage pleegzorg na ontbinding huwelijk stiefvader-pleegvader
De man was gehuwd met de moeder van een minderjarige en betaalde ouderbijdrage aan het LBIO op grond van zijn rol als stiefvader. Na ontbinding van het huwelijk veranderde zijn hoedanigheid in pleegvader, waardoor de wettelijke grondslag voor de ouderbijdrage verviel. Ondanks dit bleef hij de bijdrage betalen, in de veronderstelling dat hij daartoe verplicht was.
Het LBIO stelde dat de beschikking tot ouderbijdrage formele rechtskracht heeft en dat de man de wijziging binnen de bezwaartermijn had moeten melden. De man betwistte dit en stelde dat de wijziging zich na de bezwaartermijn voordeed en dat hij het LBIO tijdig telefonisch had geïnformeerd. Hij vorderde terugbetaling van de ten onrechte betaalde bedragen op grond van onverschuldigde betaling en ongerechtvaardigde verrijking.
Het hof overwoog dat het LBIO als bestuursorgaan ambtshalve of op verzoek kan terugkomen op besluiten. Het verzoek van de man om herziening van de beschikking moest als zodanig worden opgevat, waarna het LBIO hierover een besluit moet nemen met vermelding van de administratieve rechtsmiddelen. Het hof stelde partijen in de gelegenheid zich hierover uit te laten en stelde de zaak aan voor verdere behandeling.
Het arrest bevestigt dat de ouderbijdrageplicht eindigt bij ontbinding van het huwelijk, maar dat de pleegvaderrol een andere juridische grondslag is. Het LBIO dient het verzoek tot herziening te behandelen, waarbij de formele rechtskracht van de oorspronkelijke beschikking niet onherroepelijk is bij gewijzigde omstandigheden.
Uitkomst: Het hof stelt het LBIO in de gelegenheid het verzoek tot herziening van de ouderbijdragebeschikking te behandelen en houdt de zaak aan.