ECLI:NL:GHSGR:2012:BX5863
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- mrs. Kamminga
- Van de Poll
- Bos
- Rechtspraak.nl
Vervangende toestemming erkenning en vaststelling omgangsregeling minderjarige
De zaak betreft een hoger beroep van de man tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam waarin zijn verzoek tot vervangende toestemming voor erkenning van zijn minderjarige kind werd afgewezen en een omgangsregeling werd vastgesteld. De moeder was tegen de erkenning en stelde dat dit de verstandhouding met de minderjarige zou schaden, mede vanwege culturele verschillen en spanningen tussen partijen.
In hoger beroep heeft het hof de belangen van alle betrokkenen afgewogen. Het hof oordeelde dat er onvoldoende aanwijzingen zijn dat de erkenning de belangen van de moeder of de minderjarige schaadt. De Turkse afkomst van de vader maakt deel uit van het leven van het kind en de spanningen tussen partijen mogen geen belemmering vormen voor erkenning. Daarom werd de vervangende toestemming tot erkenning door de man verleend.
Ten aanzien van de omgangsregeling heeft het hof de regeling aangepast. De minderjarige mag voortaan een weekend per veertien dagen van vrijdagmiddag tot maandagochtend bij de man verblijven, met behoud van de woensdagovernachtingen. Ook is een regeling getroffen voor vakanties en feestdagen, waarbij rekening is gehouden met de leeftijd van het kind en de spanningen bij overdracht. De beschikking van de rechtbank is voor zover het de erkenning en omgangsregeling betreft vernietigd en vervangen door deze nieuwe regeling.
Uitkomst: Het hof verleent vervangende toestemming voor erkenning en stelt een aangepaste omgangsregeling vast ten gunste van de man en de minderjarige.