ECLI:NL:GHSGR:2012:BX5075
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Zander
- Van Kempen
- Mertens-de Jong
- Rechtspraak.nl
Bevestiging hoofdverblijfplaats minderjarige bij vader en gezamenlijk gezag ouders
In deze civiele familierechtelijke procedure stond de vraag centraal wie het gezag over de minderjarige zou uitoefenen en waar haar hoofdverblijfplaats zou zijn. De moeder was in hoger beroep gekomen tegen een eerdere beschikking waarbij het gezag aan beide ouders werd toegekend en de hoofdverblijfplaats bij de vader werd vastgesteld.
De moeder trok haar grief over het gezag in, zodat alleen de hoofdverblijfplaats in geschil bleef. Zij betoogde dat de wijziging van verblijfplaats niet in het belang van de minderjarige was, mede vanwege de betrokkenheid van de nieuwe partner van de vader en vermeende verslechtering van contacten met haar broer. De vader stelde dat de rechtbank de juiste beslissing had genomen en dat de huidige situatie het belang van het kind diende.
Het hof overwoog dat het belang van het kind leidend is en dat daarbij ook de huidige omstandigheden moeten worden meegewogen. Beide ouders zijn liefdevol en betrokken, en de minderjarige verblijft momenteel bij de vader, waar zij zich goed voelt en goede schoolresultaten behaalt. De continuïteit en stabiliteit in haar leefomgeving zijn belangrijker dan de wens van de moeder om de minderjarige bij zich te laten wonen.
Het hof bevestigde daarom de beschikking dat de hoofdverblijfplaats bij de vader blijft en dat het gezamenlijke gezag gehandhaafd blijft. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de minderjarige haar hoofdverblijfplaats bij de vader heeft en dat het gezag gezamenlijk aan beide ouders toekomt.