ECLI:NL:GHSGR:2012:BX3976
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs aanwerving prostituees uit Tsjechië
In hoger beroep werd verdachte verdacht van het aanwerven en medenemen van vrouwen uit Tsjechië met het oogmerk hen in Nederland als prostituee te laten werken. De aangeefsters verklaarden aanvankelijk dat zij pas in Nederland ontdekten dat zij als prostituee zouden werken, maar kwamen later deels terug op hun verklaringen en gaven aan vrijwillig te hebben gekozen voor het werk.
De verdediging stelde dat de vrouwen vrijwillig naar Nederland kwamen en dat er geen sprake was van dwang of beïnvloeding. De advocaat-generaal vorderde veroordeling op grond van het feit dat dwang niet vereist is voor het strafbare feit. Het hof oordeelde dat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat dat verdachte het oogmerk had de vrouwen ertoe te brengen in Nederland als prostituee te werken.
Het hof achtte de verklaringen van de vrouwen op dit essentiële punt onbetrouwbaar en nam mee dat de vrouwen hun voornemen om in de prostitutie te werken al in Tsjechië hadden gevormd. Het enkele feit dat verdachte en medeverdachten de gelegenheid boden om het werk in Nederland uit te voeren, was onvoldoende om het oogmerk aan te nemen.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank en sprak verdachte vrij van het ten laste gelegde.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij vrouwen uit Tsjechië ertoe bracht in Nederland als prostituee te werken.