ECLI:NL:GHSGR:2012:BX3841
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.A.C. Bartels
- T.L. Tan
- A.P. van der Linden
- Rechtspraak.nl
Veroordeling poging zware mishandeling met mes in hoger beroep
De verdachte werd beschuldigd van poging tot zware mishandeling door het slachtoffer driemaal met keukenmesjes te steken. In eerste aanleg werd hij vrijgesproken, maar het hof vernietigde dit vonnis en verklaarde het meer subsidiair ten laste gelegde bewezen.
Het hof oordeelde dat het Salduz-recht was geschonden omdat de verdachte tijdens het verhoor niet was bijgestaan door een advocaat of vertrouwenspersoon, waardoor bepaalde verklaringen werden uitgesloten. Desondanks was er voldoende bewijs, waaronder DNA-onderzoek, om aan te nemen dat de verdachte het slachtoffer met een mes had gestoken.
De verdachte voerde verweren aan zoals noodweer, noodweerexces en psychische overmacht, maar deze werden verworpen. Het hof achtte het steken met messen disproportioneel en niet gerechtvaardigd door de omstandigheden.
De verdachte werd veroordeeld tot 131 dagen jeugddetentie waarvan 90 voorwaardelijk, en een werkstraf van 80 uur, met vervangende jeugddetentie bij niet-naleving. Tevens werd een immateriële schadevergoeding van €250 aan het slachtoffer toegekend, met wettelijke rente en betalingsverplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.
De zaak bevatte uitgebreide bewijsvoering, waaronder NFI-DNA-onderzoek, getuigenverklaringen en psychologisch onderzoek, en het hof motiveerde uitvoerig de afwijzing van de verweren en de strafmaat.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 131 dagen jeugddetentie (waarvan 90 voorwaardelijk) en 80 uur werkstraf wegens poging tot zware mishandeling met mes.