ECLI:NL:GHSGR:2012:BX3210
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van den Wildenberg
- De Haan-Boerdijk
- Fockema Andreae-Hartsuiker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing omgangsregeling wegens ontbreken nauwe persoonlijke betrekking
In deze zaak is het hoger beroep behandeld tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam waarin het verzoek van de man tot vaststelling van een omgangsregeling met zijn minderjarige kind is afgewezen. De moeder en de juridische vader hebben betoogd dat de man niet-ontvankelijk moet worden verklaard en dat omgang ernstig nadeel zou opleveren voor het kind.
Het hof heeft geoordeeld dat de man ontvankelijk is in zijn hoger beroep. De kernvraag betrof of de man in een nauwe persoonlijke betrekking tot de minderjarige staat, zoals vereist op grond van artikel 1:377a lid 1 BW. Het hof stelde vast dat de man naast het biologische vaderschap onvoldoende bijkomende omstandigheden heeft gesteld die duiden op een nauwe persoonlijke band met het kind.
De moeder heeft onweersproken verklaard dat er geen affectieve relatie was tussen haar en de man, dat de man geen betrokkenheid bij de zwangerschap toonde, en dat er geen contact met het kind is geweest. Het hof concludeerde dat het enkele verlangen van de man tot erkenning en contact onvoldoende is om een nauwe persoonlijke betrekking aan te nemen.
Daarom heeft het hof de bestreden beschikking bekrachtigd en het verzoek tot omgangsregeling afgewezen. Het contactverbod tussen de man en de moeder blijft van kracht, en omgang via de juridische vader is niet aan de orde gesteld.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot omgangsregeling wegens het ontbreken van een nauwe persoonlijke betrekking tussen de man en de minderjarige.