ECLI:NL:GHSGR:2012:BX2878
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- De Haan-Boerdijk
- Van Dijk
- Linsen-Penning de Vries
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt niet-ontvankelijkheid in hoger beroep inzake erkenning geboorteakte minderjarige uit Bolivia
In deze zaak stond de inschrijving en verbetering van de geboorteakte van een in Bolivia geboren minderjarige centraal, alsmede de erkenning van het vaderschap door een in Bolivia overleden man. Verzoekers waren drie appellanten die in hoger beroep kwamen tegen een beschikking van de rechtbank ’s-Gravenhage.
De rechtbank had de inschrijving van de geboorteakte gelast en de verbetering daarvan, waaronder wijziging van de geslachtsnaam van de minderjarige en het niet opnemen van de vaderlijke gegevens. Tevens werd erkend dat de in Bolivia opgemaakte erkenningsakte rechtsgeldig was en moest worden opgenomen in het Nederlandse register.
Het hof oordeelde dat appellant 1, hoewel echtgenote en erfgename van de overleden man, geen belanghebbende was in de procedure zoals bedoeld in artikel 798 lid 1 Rv Pro, omdat haar belangen als erfgename niet rechtstreeks raken aan de geldigheid van de erkenning. Hierdoor werd zij niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep. De andere twee appellanten trokken hun beroep in, waardoor hun beroep werd verworpen. Het hof wees het beroep af en compenseerde de proceskosten, zonder veroordeling van partijen.
De uitspraak bevestigt dat alleen zij die rechtstreeks belang hebben bij de erkenning van het vaderschap in familierechtelijke procedures als belanghebbende worden aangemerkt en ontvankelijk zijn in hoger beroep.
Uitkomst: Het hof verklaart appellant niet-ontvankelijk in hoger beroep en wijst het beroep van de andere appellanten af.