ECLI:NL:GHSGR:2012:BX2057
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J. Borgesius
- C.G.M. van Rijnberk
- M. Mees
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep en ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens oplichting en verduistering
De veroordeelde is in hoger beroep veroordeeld voor oplichting, medeplegen van oplichting, het maken van een gewoonte van het kopen van goederen met het oogmerk deze niet volledig te betalen, en medeplegen van verduistering. Het hof heeft het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €68.000, gebaseerd op diverse onbetaalde rekeningen en leningen.
De economische kamer van de rechtbank 's-Gravenhage had eerder een betalingsverplichting van €123.024,14 opgelegd, maar dit werd in hoger beroep vernietigd en teruggebracht tot €68.000. Na cassatie door de Hoge Raad werd de zaak opnieuw berecht. Het hof heeft rekening gehouden met terugbetalingen, vrijspraken en reeds toegewezen civiele vorderingen, en heeft het bedrag van de betalingsverplichting verminderd met 10% wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Het arrest legt de verplichting op aan de veroordeelde om €61.200 aan de Staat te betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Dit bedrag houdt rekening met reeds betaalde bedragen aan benadeelden en een korting vanwege de termijnoverschrijding. Het vonnis is gewezen op 11 juli 2012 door het hof te 's-Gravenhage.
Uitkomst: De veroordeelde is verplicht €61.200 aan de Staat te betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.