ECLI:NL:GHSGR:2012:BX0661
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Bevestiging opzegging kredietrelatie en weigering voorziening tegen executieveiling door bank
Appellanten zijn sinds 1996 kredietnemers bij de bank, waarbij zij hypotheken en pandrechten hebben verstrekt als zekerheid. Na het leggen van executoriale beslagen door de gemeente en belastingdienst en een strafrechtelijke veroordeling van appellant sub 1, heeft de bank de kredietrelatie opgezegd per 23 juni 2011 met een fatale termijn tot 30 maart 2012 voor herfinanciering.
Appellanten hebben geprobeerd herfinanciering te realiseren, onder meer via een andere bank, maar konden dit niet tijdig verwezenlijken. De bank kondigde daarop een executieveiling aan van twaalf panden. Appellanten stelden dat de bank haar zorgplicht schond, misbruik van recht maakte en dat er geen financieel risico voor de bank was, zodat de veiling moest worden uitgesteld.
De voorzieningenrechter wees de vorderingen van appellanten af en het hof bekrachtigt dit vonnis. Het hof oordeelt dat de bank gerechtigd was de kredietrelatie op te zeggen gezien de omstandigheden, waaronder het strafvonnis en het ontbreken van vertrouwen. De bank had belang bij beëindiging en mocht tot executie overgaan. Er was geen concreet zicht op snelle aflossing of herfinanciering door appellanten.
De subsidiaire eis tot vaststelling van een minimumverkoopprijs wordt eveneens afgewezen. Appellanten worden veroordeeld in de proceskosten. De beslissing bevestigt dat de bank haar bevoegdheid tot parate executie niet misbruikt heeft en dat de afgesproken termijn in de 'septemberovereenkomst' redelijk was.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst het verzoek van appellanten tot uitstel van executieveiling af.