ECLI:NL:GHSGR:2012:BW9886
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Leuven
- De Haan-Boerdijk
- Van der Kuijl
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring hof inzake ouderlijk gezag en hoofdverblijfplaats minderjarige
In deze zaak vorderde de vader in hoger beroep het eenhoofdig ouderlijk gezag over zijn minderjarige kind en de hoofdverblijfplaats bij hem te bepalen. De moeder woont in een buitenlandse stad buiten Europa. De raad voor de kinderbescherming voerde een onderzoek uit naar de leefsituatie van de minderjarige, maar kon geen volledig beeld geven van de situatie in de woonplaats van de moeder.
De raad concludeerde dat er geen directe zorgen waren over de ontwikkeling van het kind, maar waarschuwde voor een mogelijk loyaliteitsconflict bij de minderjarige. De moeder steunde deze conclusie, terwijl de vader zich hiertegen verzette. Het hof gaf partijen de gelegenheid hun zienswijze te geven op het voornemen zich onbevoegd te verklaren.
Uiteindelijk oordeelde het hof dat de Nederlandse rechter op grond van artikel 12, eerste lid sub b van de Brussel II bis-verordening niet bevoegd is om kennis te nemen van het verzoek, omdat onvoldoende concrete informatie beschikbaar was over de situatie in het buitenland. Het hof verklaarde zich daarom onbevoegd en ging niet inhoudelijk op de zaak in.
Uitkomst: Het hof verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het verzoek van de vader wegens gebrek aan voldoende informatie over de situatie in het buitenland.