ECLI:NL:GHSGR:2012:BW9473
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van de Poll
- De Haan-Boerdijk
- Stollenwerck
- Rechtspraak.nl
Schorsing van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad partneralimentatie wegens onjuiste draagkrachtberekening
De man is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam waarin partneralimentatie aan de vrouw werd toegekend en uitvoerbaar bij voorraad werd verklaard. Hij verzocht tevens om schorsing van de werking van deze uitvoerbaarverklaring. De man stelde dat de rechtbank bij de draagkrachtberekening ten onrechte rekening had gehouden met inkomsten uit een dienstverband dat op 31 mei 2011 was geëindigd, waardoor zijn draagkracht te hoog was vastgesteld.
Het hof overwoog dat een uitvoerbaar bij voorraad verklaarde beschikking in beginsel direct kan worden uitgevoerd, ook als hoger beroep is ingesteld. Echter kan schorsing worden toegewezen indien er een zwaarwegend belang is en de eerdere beslissing berust op een juridische of feitelijke misslag. Het hof stelde vast dat het dienstverband van de man was geëindigd en dat dit door de vrouw werd erkend, waardoor de draagkracht van de man inderdaad lager was dan de rechtbank had aangenomen.
Na belangenafweging oordeelde het hof dat het belang van de man bij schorsing van de uitvoerbaarverklaring zwaarder woog dan het belang van de vrouw bij onmiddellijke tenuitvoerlegging. Daarom werd het verzoek tot schorsing toegewezen totdat op het hoger beroep in de hoofdzaak is beslist. De behandeling van het hoger beroep zal op een later tijdstip worden voortgezet.
Uitkomst: Het hof schorst de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de partneralimentatie totdat op het hoger beroep is beslist.