ECLI:NL:GHSGR:2012:BW7358
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M. Kamminga
- J. Van Leuven
- J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot co-ouderschap en toestemming verhuizing minderjarige binnen Europa
In deze zaak staat de regeling van de zorg- en opvoedingstaken voor een minderjarige centraal, alsmede het verzoek van de moeder om vervangende toestemming te verkrijgen om met het kind binnen Europa te verhuizen. De vader wenst een 50-50 co-ouderschapsregeling, waarbij het kind gelijk verdeeld bij beide ouders verblijft. De moeder verzet zich hiertegen en vraagt juist toestemming voor verhuizing vanwege haar werk.
Het hof stelt vast dat er geen overeenstemming bestaat tussen de ouders over de zorgverdeling en dat de communicatie tussen hen verstoord is. Hoewel beide ouders het belang van de andere ouder erkennen, is het niet haalbaar om de zorg gelijk te verdelen. Het hof bevestigt daarom de bestaande zorgregeling waarbij het kind voornamelijk bij de moeder verblijft.
Daarnaast oordeelt het hof dat de moeder onvoldoende zwaarwegende omstandigheden heeft aangetoond die een verhuizing binnen Europa rechtvaardigen. De moeder heeft onvoldoende inspanningen geleverd om werk in Nederland te vinden en de verhuizing zou het belang van het kind kunnen schaden vanwege zijn gevoeligheid voor veranderingen.
Het hof bekrachtigt de eerdere beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek van de moeder tot vervangende toestemming af. De vader krijgt geen gelijkwaardig co-ouderschap toegewezen, en de zorgregeling blijft ongewijzigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek tot co-ouderschap en verhuizing binnen Europa af.