ECLI:NL:GHSGR:2012:BW7301

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
7 maart 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.097.257.01
Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Mink
  • Van Kempen
  • Mulder
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot echtscheiding wegens onvoldoende stelplicht en bewijs

De man heeft in hoger beroep verzocht om de echtscheiding tussen hem en de vrouw uit te spreken. Hij stelde dat hij nog steeds gehuwd is en dat eerdere documenten niet geschikt waren om in de gemeentelijke basisadministratie te worden opgenomen. De rechtbank had het verzoek tot echtscheiding eerder afgewezen omdat de man niet had voldaan aan zijn stelplicht.

Tijdens de behandeling in hoger beroep heeft de man geen aanvullend bewijs overgelegd dat zijn huwelijk daadwerkelijk is beëindigd. Ook heeft zijn advocaat zich niet uitgelaten over het toepasselijke recht of de rechtsgrond voor het verzoek tot echtscheiding. De vrouw is niet verschenen, ondanks behoorlijke oproeping.

Het hof oordeelt dat het verzoek niet voor toewijzing gereed ligt omdat de man onvoldoende feiten en bewijs heeft aangedragen om zijn stelplicht te vervullen. Het hof bekrachtigt daarom de bestreden beschikking en wijst het verzoek tot echtscheiding af.

Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot echtscheiding af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE
Sector Civiel recht
Uitspraak : 7 maart 2012
Zaaknummer : 200.097.257/01
Rekestnr. rechtbank : F2 RK 10-3564
[verzoeker],
wonende te [adres]
verzoeker in hoger beroep,
hierna te noemen: de man,
advocaat mr. R.W. de Gruijl te [adres]
tegen
[verweerster],
zonder bekende woon- of verblijfplaats binnen of buiten Nederland,
verweerster in hoger beroep,
hierna te noemen: de vrouw.
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
De man is op 15 november 2011 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 7 oktober 2011 van de rechtbank Rotterdam.
Bij het hof is voorts het volgende stuk ingekomen:
van de zijde van de man:
- op 23 november 2011 een brief van 22 november 2011 met bijlage.
De zaak is op 3 februari 2012 mondeling behandeld.
Ter zitting was aanwezig:
- de man, bijgestaan door zijn advocaat.
De vrouw is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN
Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.
Bij die beschikking is het verzoek van de man om de echtscheiding tussen partijen uit te spreken afgewezen.
Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.
BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP
1. In geschil is de afwijzing van het verzoek van de man om de echtscheiding tussen partijen uit te spreken.
2. De man verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende, de echtscheiding tussen partijen uit te spreken.
3. De man stelt in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het verzoek van verzoeker voor afwijzing gereed ligt omdat het huwelijk in de ogen van de man al is geëindigd. Ter toelichting stelt de man dat wegens het feit dat de eerder door hem overgelegde documenten, te weten het echtscheidingsvonnis, de overlijdensakte alsmede het afschrift daarvan, niet geschikt zijn bevonden om te worden opgenomen in de gemeentelijke basisadministratie, als rechtens vast staat dat hij nog steeds is gehuwd met de vrouw. Dat de man zelf heeft aangegeven dat het huwelijk met de vrouw reeds is geëindigd doet hier volgens hem niet aan af. In ieder geval komt de man omwille van deze procedure terug op al zijn eerdere verklaringen dat het huwelijk reeds is geëindigd. Verder stelt de man dat de rechtbank ten onrechte niet heeft overwogen de juridische situatie in overeenstemming te brengen met de feitelijke. De man wijst er op dat onderhavige procedure zijn laatste strohalm is om een Nederlands paspoort te verkrijgen. De man verzoekt dan ook uit overwegingen van coulance de echtscheiding uit te spreken om de juridische situatie in overeenstemming te brengen met de feitelijke.
Het hof overweegt als volgt.
Toepasselijk recht en rechtsgrond
4. De man stelt zich thans in hoger beroep op het standpunt dat hij nog steeds gehuwd is met de vrouw. Het hof merkt op dat dit niet blijkt uit het door de man overgelegde uittreksel uit de gemeentelijke basisadministratie, maar de man stelt dat er nog een ander uittreksel bestaat waarop is vermeld dat de man (nog altijd) is gehuwd. Dit uittreksel is niet overgelegd. Wel staat vast dat partijen op [datum] te [adres] met elkaar zijn gehuwd. De (advocaat van de) man heeft zich in zijn beroepschrift niet uitgelaten over de nationaliteit(en) van partijen noch over de vraag welk recht van toepassing zou zijn op het verzoek tot echtscheiding en op welke grond (vervolgens) de man een echtscheiding verzoekt. Daargelaten hetgeen de man over zijn situatie heeft aangevoerd, is daarmee niet aan de stelplicht voldaan.
5. Uit het bovenstaande volgt reeds dat het verzoek van de man tot echtscheiding niet voor toewijzing gereed ligt. Hetgeen de man overigens heeft aangevoerd kan thans niet tot een ander oordeel leiden.
6. Mitsdien wordt als volgt beslist.
BESLISSING
Het hof:
bekrachtigt de bestreden beschikking.
Deze beschikking is gegeven door mrs. Mink, Van Kempen en Mulder, bijgestaan door Lekahena als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 maart 2012.