ECLI:NL:GHSGR:2012:BW6743
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Kamminga
- van Nievelt
- Van Dijk
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap en overgeslagen goederen bij echtscheiding
Partijen zijn in 2004 gescheiden en waren gehuwd in gemeenschap van goederen onder Nederlands recht. In het echtscheidingsconvenant van juni 2004 werd de omvang en verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap vastgesteld met peildata voor omvang en waardering.
Niet alle goederen, zoals koopsompolissen en onroerend goed op de Filippijnen, waren in het convenant genoemd. De vrouw vorderde alsnog verdeling van deze polissen en het onroerend goed. De rechtbank had de polissen aan de man toegewezen met uitkering van de helft van de waarde aan de vrouw, en de Filippijnse eigendommen aan de vrouw toegewezen met verdeling.
In hoger beroep stond centraal of de polissen als overgeslagen goed konden worden beschouwd en hoe de verdeling van het onroerend goed moest plaatsvinden. Het hof bevestigde dat de polissen niet reeds verdeeld waren en dat de man gehouden was de helft van de waarde aan de vrouw uit te keren. Vanwege beperkingen in eigendom op de Filippijnen werden deze eigendommen geheel aan de vrouw toegedeeld met uitkering aan de man van de helft van de waarde.
Het hof bepaalde dat de verdeling met gesloten beurzen plaatsvond, omdat partijen geen overeenstemming bereikten over de waarde. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd voor zover het in hoger beroep aan de orde was.
Uitkomst: Het hof stelde de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap vast met toewijzing van koopsompolissen aan de man en onroerend goed aan de vrouw, met gesloten beurzen en kostencompensatie.