ECLI:NL:GHSGR:2012:BW6620
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- G.P.A. Aler
- M.I. Veldt-Foglia
- M.L.A. Filippini
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor bezit van cocaïne tot werkstraf van 12 uur
Op 8 april 2011 werd verdachte in Rotterdam staande gehouden naar aanleiding van een melding over overlast. Bij controle bleek hij ongeveer 0,8 gram cocaïne bij zich te hebben. De verdachte stond gesignaleerd en werd aangehouden. In eerste aanleg werd hij veroordeeld tot een werkstraf van 12 uur, subsidiair 6 dagen hechtenis.
De verdediging voerde in hoger beroep aan dat de staandehouding onrechtmatig was wegens gebrek aan redelijk vermoeden van schuld, wat tot bewijsuitsluiting zou moeten leiden. Het hof verwierp dit verweer en oordeelde dat de opsporingsambtenaren bevoegd waren de verdachte aan te spreken en zijn identiteit te vorderen op grond van de Politiewet en de Wet op de identificatieplicht.
Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte opzettelijk cocaïne bij zich had en veroordeelde hem tot dezelfde werkstraf als in eerste aanleg. Het hof nam mee dat het bezit van verdovende middelen een ernstige bedreiging voor de volksgezondheid vormt en dat verdachte eerder onherroepelijk was veroordeeld, wat niet tot gedragsverandering had geleid.
Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht, waarbij verdachte werd veroordeeld tot een werkstraf van 12 uur, vervangbaar door 6 dagen hechtenis.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 12 uur, vervangbaar door 6 dagen hechtenis, wegens bezit van cocaïne.