ECLI:NL:GHSGR:2012:BW5103
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens ontoerekeningsvatbaarheid na aanranding en poging tot aanranding
De verdachte werd beschuldigd van aanranding en poging tot aanranding van twee slachtoffers in Rotterdam, waarbij hij hen onzedelijk betastte en seksuele opmerkingen maakte. Daarnaast werd hij verdacht van het beschadigen van een celraam in een politiebureau. De feiten vonden plaats in januari 2010, waarbij de slachtoffers aangaven dat de verdachte hen had gevolgd en betast.
In eerste aanleg werd de verdachte veroordeeld en werd een maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging opgelegd. In hoger beroep werd het bewijs opnieuw gewogen, waarbij onder meer de verklaring van de verdachte bij de politie niet werd meegewogen vanwege schending van het recht op raadpleging van een advocaat. Desondanks achtte het hof het bewijs van de aanrandingen en poging tot aanranding wettig en overtuigend bewezen.
Psychiatrisch onderzoek toonde aan dat de verdachte leed aan een ernstige psychotische stoornis (gedesorganiseerde schizofrenie) met recidiverende psychotische periodes en seksuele ontremming. De deskundigen concludeerden dat de verdachte ten tijde van de feiten volledig ontoerekeningsvatbaar was. Het hof volgde dit oordeel en sprak de verdachte vrij van strafbaarheid, maar legde hem een maatregel van plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van één jaar op.
De vordering tot immateriële schadevergoeding van één slachtoffer werd toegewezen voor een bedrag van €750,-. De vordering van de Politie Rotterdam Rijnmond tot vergoeding van materiële schade werd afgewezen wegens redelijkheid en billijkheid en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en deed opnieuw recht conform deze overwegingen.
Uitkomst: Verdachte niet strafbaar verklaard wegens volledige ontoerekeningsvatbaarheid en geplaatst in psychiatrisch ziekenhuis voor één jaar.