ECLI:NL:GHSGR:2012:BW3515
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- D.J.C. van den Broek
- C.G.M. van Rijnberk
- G.J. Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ontnemingsvordering wegens opzettelijk handelen in strijd met Opiumwet
De veroordeelde werd in eerste aanleg veroordeeld tot betaling van €35.550,- ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit het opzettelijk handelen in strijd met artikel 3B van de Opiumwet. In hoger beroep heeft het hof deze vordering herbeoordeeld.
Op basis van wettige bewijsmiddelen heeft het hof het netto wederrechtelijk verkregen voordeel berekend op €10.636,20, na aftrek van kosten voor de teelt van 132 planten over twee oogsten. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep bleek dat de veroordeelde zich in een schuldhulpverleningstraject bevindt, sinds 2008 niet meer is veroordeeld, bewust is verhuisd ter voorkoming van recidive, een vaste baan heeft en een gezin sticht.
Gezien deze positieve persoonlijke ontwikkelingen acht het hof het opleggen van een betalingsverplichting tot ontneming onevenredig zwaar. Het hof vernietigt het vonnis van de politierechter en bepaalt dat aan de veroordeelde geen verplichting tot betaling aan de Staat wordt opgelegd.
Uitkomst: Het hof stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €10.636,20 en legt geen betalingsverplichting tot ontneming op.