ECLI:NL:GHSGR:2012:BW3073
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst wegens eigenrichting en slecht huurderschap
In deze zaak gaat het om de ontbinding van een huurovereenkomst van een bovenwoning, waarbij de huurder zonder toestemming van verhuurder een aangrenzende ruimte betrad en verbouwde. De verhuurder had de huurovereenkomst opgezegd wegens dringend eigen gebruik en vorderde ontruiming.
De huurder voerde aan dat zijn handelen gerechtvaardigd was vanwege het nalaten van onderhoud door de verhuurder en dat zijn gedragingen niet aan hem als huurder konden worden toegerekend. Het hof oordeelde dat het huurdersgedrag ook betrekking heeft op de onmiddellijke nabijheid van het gehuurde en dat het handelen van de huurder onlosmakelijk verbonden was met zijn hoedanigheid als huurder.
Het hof verwierp het verweer van gerechtvaardigd handelen en zaakwaarneming, omdat de huurder zonder toestemming handelde en verder ging dan noodzakelijk onderhoud. Dit werd aangemerkt als eigenrichting en een ernstige tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst.
De ontbinding van de huurovereenkomst werd daarom bevestigd, waarbij het ontbreken van schade geen uitzondering vormde. De huurder werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden wegens eigenrichting en slecht huurderschap, met veroordeling tot ontruiming en kosten.