ECLI:NL:GHSGR:2012:BW1015
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- I.E. de Vries
- G.J.W. van Oven
- G. Knobbout
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor bezit versnijdingsmiddel met opzet tot bewerken cocaïne
De verdachte werd beschuldigd van het bezit van 50 gram Mannitol, een versnijdingsmiddel, met de wetenschap dat dit bestemd was om te worden vermengd met cocaïne, een middel op lijst I van de Opiumwet. Dit werd aangemerkt als een voorbereidingshandeling tot het bewerken van cocaïne, strafbaar gesteld in artikel 10a van de Opiumwet.
In eerste aanleg werd de verdachte vrijgesproken voor het primaire feit en veroordeeld tot een gevangenisstraf van één week voor het secundaire feit. Het hof bevestigde de bewezenverklaring voor het bezit van het versnijdingsmiddel met opzet tot bewerken van cocaïne, maar verwierp andere tenlasteleggingen. De verdediging voerde verweren aan, maar deze werden door het hof verworpen.
Het hof hield rekening met de ernst van het feit, de maatschappelijke onaanvaardbaarheid en de recidive van de verdachte, die meerdere eerdere veroordelingen had. Gezien deze omstandigheden legde het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van één week op, met aftrek van voorarrest. Het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot één week gevangenisstraf voor bezit versnijdingsmiddel met opzet tot bewerken cocaïne.