ECLI:NL:GHSGR:2012:BW0505
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over toekenning VAR-verklaring winst uit onderneming bij betonreparatiewerkzaamheden
Belanghebbende verzocht om een VAR-verklaring winst uit onderneming (WUO) voor zijn betonreparatiewerkzaamheden. De inspecteur verstrekte echter een VAR-verklaring resultaat uit overige werkzaamheden (RUO), stellende dat belanghebbende onvoldoende zelfstandigheid en ondernemerschap bezat. De rechtbank kende belanghebbende alsnog de VAR WUO toe, maar het Gerechtshof 's-Gravenhage vernietigde deze uitspraak in hoger beroep.
Het hof oordeelde dat belanghebbende feitelijk slechts één opdrachtgever had, voorheen in loondienst was bij deze opdrachtgever en zich hield aan dezelfde werktijden, veiligheidsvoorschriften en aanwijzingen. De gereedschappen en speciale werkkleding werden door de opdrachtgever verstrekt, en belanghebbende had geen bewijs geleverd van substantiële investeringen of ondernemersrisico. Ook was er geen bewijs van een daadwerkelijke vennootschap onder firma, omdat samenwerking en organisatiegraad tussen de vennoten ontbraken.
Het hof concludeerde dat de activiteiten van belanghebbende niet konden worden aangemerkt als het drijven van een onderneming en bevestigde daarmee de VAR-verklaring RUO van de inspecteur. Het incidenteel hoger beroep tot schadevergoeding werd afgewezen. De uitspraak benadrukt het belang van zelfstandigheid, meerdere opdrachtgevers en ondernemersrisico voor het verkrijgen van een VAR-verklaring WUO.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat belanghebbende geen VAR-verklaring winst uit onderneming krijgt vanwege onvoldoende zelfstandigheid en ondernemerschap.