ECLI:NL:GHSGR:2012:BW0504
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over afwijzing VAR-verklaring winst uit onderneming bij betonreparatiewerkzaamheden
Belanghebbende verzocht de Inspecteur om een VAR-verklaring winst uit onderneming (WUO) voor de jaren 2010 en 2011. De Inspecteur verstrekte echter een VAR-verklaring resultaat uit overige werkzaamheden (RUO). De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat belanghebbende wel ondernemer was en gaf hem gelijk, maar de Inspecteur ging in hoger beroep.
Het geschil draait om de vraag of belanghebbende zelfstandig ondernemer is of feitelijk in dienstbetrekking werkt. Belanghebbende werkte vooral voor één opdrachtgever, [A] B.V., en gebruikte gereedschap en werkkleding van de opdrachtgever. De werkzaamheden vonden plaats onder aanwijzingen en binnen werktijden die niet wezenlijk verschilden van zijn eerdere dienstverband.
Het Hof concludeert dat belanghebbende onvoldoende heeft aangetoond dat hij zelfstandig ondernemer is. Er is geen bewijs van voldoende investeringen, zelfstandige organisatie of ondernemersrisico. De v.o.f. waarin hij participeert vertoont geen voldoende samenwerkingsverband. De werkzaamheden zijn feitelijk niet wezenlijk anders dan in loondienst. Daarom bevestigt het Hof de afwijzing van de VAR-verklaring WUO en verklaart het incidenteel hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de afwijzing van de VAR-verklaring winst uit onderneming wegens onvoldoende zelfstandigheid en investeringen.