ECLI:NL:GHSGR:2012:BV9995

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
17 januari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.096.821-01
Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Ontslag van rechtsvervolging
Procedures
  • Hoger beroep kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 127a lid 2 RvArt. 127a lid 3 RvArt. 3 lid 3 Wet griffierechten burgerlijke zaken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag van instantie wegens niet tijdige betaling griffierecht in hoger beroep kort geding

Appellant heeft tijdig hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de rechtbank Rotterdam in een kort geding. De zaak is aangebracht en beide partijen zijn verschenen met advocaten. Het hof heeft de zaak aangehouden om af te wachten of partijen het griffierecht zouden betalen.

Appellant heeft het griffierecht niet binnen de gestelde termijn van vier weken na de eerste roldag betaald, waardoor het griffierecht pas 24 dagen te laat werd bijgeschreven op de rekening van het hof. Gelet op artikel 127a lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering leidt dit tot ontslag van geïntimeerde van de instantie.

Het hof oordeelt dat er geen omstandigheden zijn die een onbillijkheid van overwegende aard opleveren bij toepassing van deze regel. Daarom ontslaat het hof geïntimeerde van de instantie en veroordeelt appellant in de proceskosten van het hoger beroep, met een voorwaardelijke regeling voor betaling van de verschotten door geïntimeerde na overlegging van een bewijs van betaling van het griffierecht.

Uitkomst: Geïntimeerde is ontslagen van de instantie wegens niet tijdige betaling van het griffierecht door appellant, die tevens in de proceskosten is veroordeeld.

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-GRAVENHAGE
Sector Civiel recht
Zaaknummer : 200.096.821/01
Zaak/rolnummer rechtbank : 386999 / KG ZA 11-831
arrest van 17 januari 2012
inzake
[Naam],
wonende te [Woonplaats],
appellant,
advocaat: mr. M.C. de Jong te Rotterdam,
tegen
Stichting Dierenopvang Rijnmond,
statutair gevestigd te Rotterdam,
geïntimeerde,
advocaat: mr. F. Bonefaas te Leiden.
Het geding
Voor het verloop van het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het tussen partijen gewezen kort geding vonnis van de Rechtbank Rotterdam van 17 oktober 2011.
Appellant heeft tijdig hoger beroep ingesteld tegen het hiervoor genoemde vonnis en heeft geïntimeerde gedagvaard om op de rol voor dit hof te verschijnen.
Appellant heeft de zaak aangebracht. Voor appellant heeft zich een advocaat gesteld. Ook geïntimeerde is op die rol bij advocaat verschenen.
De zaak is op 8 november 2011 aangehouden tot de rol van 6 december 2011 voor: Afwachten griffierecht partijen.
Appellant heeft niet binnen vier weken na de eerste roldag het griffierecht betaald.
In verband met het achterwege blijven van betaling van het griffierecht heeft het hof op 13 december 2011 bepaald dat heden arrest wordt gewezen op basis van het griffiedossier.
De motivering van de beslissing
De zaak is voor het eerst uitgeroepen op 8 november 2011. Volgens art. 3 lid 3 van Pro de Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz) moet appellant ervoor zorgen dat binnen vier weken na 8 november 2011, dus uiterlijk 6 december 2011, het griffierecht is bijgeschreven op de rekening van dit hof. Het verschuldigde griffierecht is op 30 december 2011 bijgeschreven op de rekening van het hof. Dit is dus 24 dagen te laat.
Er is niet gebleken van omstandigheden als bedoeld in art. 127a lid 3 Rv., dat de toepassing van art. 127a lid 2 Rv., gelet op het belang van één of meer partijen bij toegang tot de rechter zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Nu appellant niet tijdig tot betaling van het griffierecht is overgegaan, zal geïntimeerde
overeenkomstig het bepaalde in artikel 127a, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van deze instantie worden ontslagen en zal appellant worden veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Aangezien het hof constateert dat ook geïntimeerde het griffierecht nog niet heeft betaald, zal bij de veroordeling tot betaling van de verschotten worden bepaald dat hieraan slechts dient te worden voldaan nadat geïntimeerde aan appellant een bewijs van betaling van het griffierecht aan het hof heeft overgelegd.
De beslissing
Het hof:
- ontslaat geïntimeerde van deze instantie;
- veroordeelt appellant in de proceskosten van het hoger beroep - met betrekking tot de verschotten nadat geïntimeerde aan appellant een bewijs van betaling van het griffierecht aan het hof heeft overgelegd -, tot aan deze uitspraak aan de zijde van geïntimeerde vastgesteld op € 649,-- voor verschotten en op € 447,-- voor salaris van de advocaat.
Dit arrest is gewezen door mrs. I.M. Davids, E.J. van Sandick en A.G.M. Zander en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2012.