ECLI:NL:GHSGR:2012:BV8947
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Kamminga
- Van Kempen
- De Haan-Boerdijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsing en uitvoerbaarverklaring bij voorraad in omgang en gezag minderjarige
In deze civiele zaak in hoger beroep staat de omgangsregeling en het gezag over een minderjarige centraal. De vader verzoekt schorsing van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de omgangsregeling, stellende dat de eerdere voorlopige voorzieningen herleven en hij daardoor belang heeft bij schorsing. De moeder verzoekt uitvoerbaarverklaring bij voorraad van het gezag, zodat alleen zij het gezag krijgt.
Het hof overweegt dat de vader uitgaat van een onjuist juridisch uitgangspunt, omdat de eerdere voorlopige voorzieningen niet herleven na wijziging door de beschikking van november 2010. Hierdoor geldt na 31 december 2011 geen voorlopige omgangsregeling meer. Het belang van de vader bij schorsing ontbreekt daarom. Ook wijst het hof het verzoek van de moeder af om het gezag uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, omdat het belang van de minderjarige vereist dat de huidige situatie gehandhaafd blijft tot de hoofdzaak is beslist.
Het hof benadrukt het belang van een bestaande omgangsregeling en verwijst naar de geplande behandeling van de hoofdzaak op 15 maart 2012. De kosten van de procedure worden tussen partijen gecompenseerd. De verzoeken tot schorsing en uitvoerbaarverklaring bij voorraad worden afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst de verzoeken tot schorsing en uitvoerbaarverklaring bij voorraad af en handhaaft de huidige omgangsregeling tot de hoofdzaak is beslist.