ECLI:NL:GHSGR:2012:BV5610
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen na afgebroken onderhandelingen vastgoedprojecten wegens ontbreken goedkeuring Raad van Toezicht
In deze zaak stond centraal of tussen Nagron en PWS een onvoorwaardelijke koopovereenkomst was gesloten voor vier vastgoedprojecten. Nagron stelde dat de onderhandelingen in 2005 hadden geleid tot een overeenkomst of dat zij daarop gerechtvaardigd mocht vertrouwen. Het hof oordeelde dat de aanbiedingsbrieven slechts het startpunt van onderhandelingen vormden en dat de goedkeuring van de Raad van Toezicht van PWS een opschortende voorwaarde was die niet was vervuld.
De Raad van Toezicht had in het najaar van 2005, na het ontdekken van malversaties door de toenmalige directeur van PWS, geen goedkeuring verleend. Het hof vond dat PWS zich terecht op het ontbreken van deze goedkeuring kon beroepen. Nagron had onvoldoende feiten gesteld om te bewijzen dat PWS deze goedkeuring onredelijk had onthouden of dat PWS onrechtmatig had gehandeld door de onderhandelingen af te breken.
Ook de stelling van Nagron dat zij gerechtvaardigd mocht vertrouwen op een verleende goedkeuring werd verworpen. Het hof benadrukte dat de Raad van Toezicht pas definitief akkoord zou gaan na kennisname van de volledige contractstukken. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank Rotterdam en veroordeelde Nagron in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van Nagron af wegens het ontbreken van goedkeuring door de Raad van Toezicht.