ECLI:NL:GHSGR:2011:BY6236

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
3 augustus 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.079.155/01
Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Labohm
  • Kamminga
  • Stollenwerck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:185 BWArt. 1:164 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep over verdeling van ontbonden huwelijksgemeenschap na overeenstemming partijen

In deze zaak stond de verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap tussen de vrouw en de man centraal. De rechtbank had eerder een beschikking gegeven over de verdeling van diverse goederen, verzekeringen en schulden. De vrouw kwam in hoger beroep tegen deze beschikking met diverse verzoeken, waaronder een schadevergoeding en een andere toedeling van verzekeringspolissen.

Tijdens het hoger beroep bereikten partijen echter volledige overeenstemming over de verdeling van de huwelijksgemeenschap, vastgelegd in een door beide partijen ondertekende vaststellingsovereenkomst. De vrouw wijzigde daarop haar verzoek en verzocht het hof deze overeenkomst in de beschikking op te nemen.

Het hof oordeelde dat bij volledige overeenstemming over de verdeling de rechter geen taak meer heeft om de verdeling vast te stellen op grond van artikel 3:185 BW Pro. Daarom vernietigde het hof de bestreden beschikking voor zover deze de verdeling betrof en nam de vaststellingsovereenkomst over. Een afschrift van deze overeenkomst werd aan de beschikking gehecht.

De uitspraak werd gedaan door de rechters Labohm, Kamminga en Stollenwerck op 3 augustus 2011 tijdens een openbare zitting.

Uitkomst: Het hof neemt de door partijen bereikte vaststellingsovereenkomst over en vernietigt de bestreden beschikking voor zover de verdeling van de huwelijksgemeenschap betreft.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE
Sector Civiel recht
Uitspraak : 3 augustus 2011
Zaaknummer : 200.079.155/01
Rekestnr. rechtbank : FA RK 08-8314
[verzoekster],
wonende te [woonplaats],
verzoekster in hoger beroep,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. M. Jongeneel te Gouda,
tegen
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
verweerder in hoger beroep
hierna te noemen: de man,
advocaat mr. M.H.C. Morshuis te ’s-Gravenhage.
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
De vrouw is op 22 december 2010 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 23 september 2010 van de rechtbank ’s-Gravenhage.
De man heeft geen verweerschrift ingediend.
Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:
van de zijde van de vrouw:
- op 22 december 2010 een faxbrief van diezelfde datum met bijlage;
- op 27 december 2010 een brief van 24 december 2010;
- op 30 december 2010 een faxbrief van diezelfde datum.
PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN
Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.
Bij die beschikking heeft de rechtbank, uitvoerbaar bij voorraad en voor zover in hoger beroep van belang, de verdeling van de huwelijksgemeenschap welke door de scheiding wordt ontbonden, als volgt vastgesteld:
Aan de man worden toebedeeld:
- de Ford Focus, onder verplichting om ter verrekening van de waarde aan de vrouw een bedrag van € 1.101,50 te voldoen;
- de gereedschappen van de vader van de man, zonder verrekening;
- de levensverzekering bij Nationale Nederlanden met nummer [nummer I], welke wordt afgekocht waarna de opbrengst wordt aangewend voor de aflossing van het consumptief krediet bij ING (voorheen Postbank, met nummer: [nummer II]), dan wel, indien afkoop niet mogelijk is, onder de verplichting om de helft van de afkoopsom minus de belastingclaim van 52% aan de vrouw te voldoen ter verrekening van de waarde van verzekeringspolis.
- de polis bij Onderlinge ’s-Gravenhage met nummer [nummer III], zonder verrekening;
- de polis bij Onderlinge ’s-Gravenhage met nummer [nummer IV], onder de verplichting om aan de vrouw, ter verrekening van de waarde, een bedrag van € 231,- te voldoen, van welke polis de tenaamstelling dient te worden gewijzigd aldus dat hij op naam van de man komt te staan;
- de rekening bij ING (voorheen Postbank) met nummer [nummer V], zonder verrekening;
Aan de vrouw worden toebedeeld:
- de Renault Twingo, zonder verrekening;
- de campingkoelkast, zonder verrekening;
- de polis bij Onderlinge ’s-Gravenhage met nummer [nummer VI], zonder verrekening.
Voorts is bepaald dat de man het consumptief krediet bij de ING (voorheen Postbank) met nummer [nummer II] voor zijn rekening zal nemen, zonder verrekening en is bepaald dat de man gehouden is om voor de helft bij te dragen in de vordering die de belastingdienst op de vrouw heeft ter zake van ten onrechte ontvangen huur- en zorgtoeslag en kindgebonden budget, indien en voor zover deze vordering na verloop van de bezwaarschriftprocedure in stand blijft.
Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.
BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP
1. In geschil is de verdeling van de huwelijksgemeenschap.
2. De vrouw verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat:
- de man uit hoofde van schadevergoeding ex artikel 1:164 BW Pro gehouden is een bedrag van € 14.400,- aan de vrouw te voldoen, althans een zodanig bedrag als het hof in goede justitie meent te moeten bepalen;
- de man de kosten van rechtsbijstand aan hem verleend door GMW advocaten in het kader van de procedures tussen hem en de vrouw geheel voor zijn rekening dient te nemen, zonder verrekening met de vrouw;
- de levensverzekering bij Nationale Nederlanden met nummer [nummer I] aan de man zal worden toebedeeld en zal worden afgekocht waarna de opbrengst wordt aangewend voor het aflossen van het consumptief krediet bij ING met nummer [nummer II], dan wel indien afloop niet mogelijk is, onder de verplichting om de helft van de waarde in het economisch verkeer per 13 november 2009 minus de belastingclaim van 25% aan de vrouw te voldoen ter verrekening van de waarde van de polis;
- de polis bij Onderlinge ’s-Gravenhage met nummer [nummer III] aan de man zal worden toebedeeld en zal worden afgekocht waarna de opbrengst wordt aangewend voor het aflossen van het consumptief krediet bij ING met nummer [nummer II].
3. Bij faxbericht van 6 april 2011 heeft de advocaat van de vrouw aan het hof meegedeeld dat partijen overeenstemming hebben bereikt en heeft het hof een door beide partijen ondertekende vaststellingsovereenkomst doen toekomen. De vrouw heeft haar verzoek in hoger beroep bij voornoemd faxbericht gewijzigd en verzoekt de door partijen getroffen onderlinge regeling, zoals opgenomen in de vaststellingsovereenkomst, welke door de vrouw is ondertekend op 1 april 2011 en door de man op 4 april 2011, op te nemen in de beschikking.
4. Uit die overeenkomst blijkt dat partijen volledige overeenstemming hebben bereikt over de verdeling van hun ontbonden huwelijksgemeenschap en elkaar ter zake van de verdeling volledige en finale kwijting hebben verleend. Nu partijen tot volledige overeenstemming zijn gekomen over de verdeling, heeft de rechter geen rechtsmacht meer op grond van artikel 3:185 BW Pro de (wijze van) verdeling vast te stellen en is voor verdeling door hof geen plaats. Het hof zal, gelet op de bereikte overeenstemming tussen partijen en het gewijzigde verzoek van de vrouw ten aanzien van de gehele verdeling van de huwelijksgemeenschap dan ook verstaan dat partijen ter zake van de verdeling van hun ontbonden huwelijksgemeenschap zijn overeengekomen als omschreven in de vaststellingsovereenkomst. In verband daarmee zal het hof een afschrift van de vaststellingsovereenkomst aan deze beschikking hechten.
6. Mitsdien beslist het hof als volgt.
BESLISSING OP HET HOGER BEROEP
Het hof:
vernietigt de bestreden beschikking voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen
verstaat dat partijen de verdeling van hun ontbonden huwelijksgemeenschap zijn overeengekomen zoals vermeld in de aan deze beschikking gehechte vaststellingsovereenkomst;
Deze beschikking is gegeven door mrs. Labohm, Kamminga en Stollenwerck, bijgestaan door Verheijen als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 augustus 2011.