ECLI:NL:GHSGR:2011:BW8530
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep omzetbelasting raamprostitutiebedrijf: kwalificatie verhuur onroerende zaak
Belanghebbende exploiteert een raamprostitutiebedrijf met meerdere werkkamers en vitrines verspreid over zes panden in Den Haag. De Inspecteur weigerde teruggaaf van omzetbelasting over het eerste kwartaal 2008, stellende dat de dienstverlening niet kwalificeert als verhuur van onroerende zaken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat de terbeschikkingstelling van de werkkamers en vitrines als verhuur van onroerende zaken moet worden aangemerkt, terwijl de Inspecteur dit betwistte. Het Hof stelde vast dat de verhuur van de werkkamers en vitrines een ondeelbare economische prestatie vormt die kwalificeert als verhuur van onroerende zaken, ondanks dat de kamers uitsluitend voor prostitutiediensten worden gebruikt.
De overige bijkomende diensten zoals schoonmaak en gebruik van voorzieningen zijn afzonderlijk belast. Het Hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en de beslissing van de Inspecteur, kende belanghebbende een teruggaaf van € 32.186 toe en veroordeelde de Staat in proceskosten en griffierechten. Partijen kunnen binnen zes weken cassatie instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het Gerechtshof oordeelt dat de terbeschikkingstelling van werkkamers in het raamprostitutiebedrijf kwalificeert als verhuur van een onroerende zaak en kent belanghebbende een teruggaaf van € 32.186 toe.