ECLI:NL:GHSGR:2011:BW5201
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- L.F. Gerretsen-Visser
- W.P.C.M. Bruinsma
- I.P.A. van Engelen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs invoer cocaïne en zware mishandeling
Het gerechtshof te 's-Gravenhage heeft in hoger beroep het vonnis van de rechtbank vernietigd en verdachte vrijgesproken van de tenlastegelegde feiten, waaronder de invoer van circa 81 kilogram cocaïne, zware mishandeling en wederrechtelijke vrijheidsberoving van een medeverdachte.
De zaak betrof een omvangrijk onderzoek naar de invoer en het vervoer van cocaïne in Nederland en België in de periode maart-april 2008. Verdachte werd beschuldigd van het medeplegen van deze drugshandel en van betrokkenheid bij het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel en het onvrijwillig vasthouden van een medeverdachte. Het hof oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om deze feiten wettig en overtuigend aan verdachte toe te rekenen.
Daarnaast beoordeelde het hof diverse procesrechtelijke bezwaren van de verdediging, waaronder het ontbreken van een machtiging voor het gebruik van een audiomodule en de rechtmatigheid van stelselmatige observaties. Het hof concludeerde dat deze middelen rechtmatig waren ingezet en dat er geen sprake was van niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie.
De verdediging had ook aangevoerd dat er onvoldoende onderzoek was gedaan naar andere mogelijke verdachten en dat er sprake was van onrechtmatigheden bij het rechtshulpverzoek voor de terugplaatsing van cocaïne. Het hof verwierp deze stellingen en vond dat het onderzoek adequaat was uitgevoerd.
Uiteindelijk sprak het hof verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs en het ontbreken van opzet, ook in voorwaardelijke zin, voor de zware mishandeling en vrijheidsberoving.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs en gebrek aan opzet voor alle tenlastegelegde feiten.